De bouw van de locomotief begon met de bouw van het frame.
Voordat ik met de bouw van de locomotief begon heb ik de locomotief in OnShape getekend. Voor de frameplaten kon ik dit ontwerp gebruiken om de frameplaten ergens uit te laten snijden met een lasersnijder (bij snijdenmetwater uit Rijssen). De delen met verschillende vormen heb ik laten snijden en de recht toe recht aan delen heb ik uit een plaat gehaald door het slijpen met een haakse slijper. Uit het OnShape ontwerp van de locomotief heb ik van de schetsen dxf bestanden gexporteerd. Na een paar dagen had ik de gesneden platen thuis.
De frameplaten worden verbonden met een hoekprofiel (15x15x3) en klinknagels(2×8). Het hoekprofiel heb ik via Sauerbier kunnen krijgen, evenals de klinknagels.
Voor de klinknagels heb ik in het hoekprofiel 2 mm gaatjes op gelijke afstand geboord. Door met klemmen de hoekprofiel op de frameplaten vast te zetten zijn de gaatjes uit het hoekprofiel op de frameplaten overgenomen. In eerste instantie is met M2 boutjes het fame (tijdelijk) in elkaar gezet. Zo kan ik verdere bewerkingen nog eenvoudig en nauwkeurig uitvoeren als dit nodig mocht zijn.
Om de wielaslagers in het frame te geleiden zijn scheenstukken aangebracht. Deze zijn van staal gemaakt. De afsluitplaten zijn uit een stuk staf van staal gehaald en met boutjes aan de onderkant bevestigd. Op het lagerblok kom ik later terug bij het beschrijven van de bouw van de assen.




Trekhaak en buffer
De trekhaak heb ik gemaakt volgens het ontwerp van de GEA. In de bevestigingsplaat heb ik rechthoekige gaten gefreesd waar ik de horizontale stukken in heb aangebracht. Aan de achterzijde heb ik met tig lassen het geheel in elkaar gezet.
Ik heb voor de buffer gekozen voor een enkele buffer. Nu heb ik nog een ronde pen in het midden zitten, maar dit moet een vierkante worden waardoor deze niet kan rond gaan draaien. Bovenop moet nog een haakje komen, maar dat komt later wel.

